In de wandeling heet ik Cor
Cornelis Hendrik voluit 1903
kind van laag opgeleiden
mijn vader in een timmerfabriek
de Van Hoogendorpstraat grauwe huizen
walmen van de Westergas
ik liep daar als kind op de Haarlemmerweg
de torenhoge gascylinders
in de verte Sloterdijk
hier de huizenblokken
mijn broers de ouderen
wij leken het allen goed te doen
de ouders zorgden voor ons
ja ze waren er voor ons
MTS hoog werd ik opgeleid
op drieentwintig was ik klaar
1926 het hoogtepunt
ik werkte
maar ik wilde niet blijven
ik had plannen
ik ontmoette haar in het mandolineorkest
het was geen “sopraantje uit het koor”
het bleef
we hielden van elkaar
we moesten alles uitstellen tot er geld zou zijn
het duurde jaren
zo ziet onze maatschappij er uit
maatschappij, maat-schappij?
ik solliciteerde en kreeg beter werk
we moesten verhuizen
de ouders we zagen ze niet meer zoveel
kinderen kwamen er drie
de wereld stond in brand
we moesten ons verdedigen
kinderen drie
de rijken beheersten de wereld
de linksen wilden de macht nemen
waar bleven wij?
kinderen drie we zijn met zijn vijven
vijf mensen
de wereld stond in brand
we moesten kiezen
onze revolutie kon beginnen
waar gehakt wordt vallen spaanders
zei men wel
voelden we ons daar wel gemakkelijk bij?
de oude elite won
de maat-schappij werd weer hersteld
waar bleven wij?
kinderen drie we waren met zijn vijven
vijf mensen
wij ouders geïnterneerd uitgehongerd gedegradeerd
anderhalf jaar gevangen
ik had een betere maatschappij gewild
maar dat van ons was ook niet alles
pas na anderhalf jaar zag ik mijn kinderen weer
ik stond op de hoek van de straat
de school ging uit
er kwam een jongen aangerend
was hij het?
hij herkende mij
geluk tilde ons even op
hersteld heet het nu
we gaan rustig verder
vergeten het verleden
ik wordt met de nek aangekeken
mijn bitterheid wil soms opkomen
maar ik onderdruk hem
dan doe ik er het zwijgen toe

* * *

Ik laat wat lang op mij wachten
moest er eens goed over nadenken
wat zou men wel van mij willen horen?
is het allemaal wel zo belangrijk?
ik houd het kort
Christina Maria, Ties noemen ze me, 1897
hij is net een jaar dood
alleen is het niet meer vol te houden
een dochter en twee zoons
het lijkt wel of het nu goed met ze gaat
men moest zich schamen voor de ellende die ons overkwam
alsof we misdadigers waren
maar ik wil er ook niet al te veel over nadenken
er zijn dingen in mijn herinnering die ik mijd
we moeten niet te emotioneel worden
alle papieren van vroeger heb ik weggedaan
daar doe ik ze alleen maar een genoegen mee
ik bewaar mijn herinneringen voor mijzelf
er is geen toekomst meer voor mij

* * *

Voor die lange gevel:
de Koudehorn
ik heb er later nog gestaan
politie nu
toen een gevangenis
internering: mijn vader in september 45
en daarna Wezep

ik heb hem nooit bezocht
mijn broer was daar:
“zijn gezicht was opgezet; het ziekenfondsbrilletje met van die strakke zwarte lijnen tot achter de oren drukte in zijn gezwollen gezicht”

en later aan de overkant het badhuis aan het water
de jongens van de Hobby Club
tussen die ene kant en die andere voltrok zich een heel proces
Caution Blues

* * *


Darmstadt 1900
Franziska
was al 35 toen ik hem ontmoette
een nette kerel om te zien
bedrijf met inkomen
we konden mooi wonen in het nieuwe West
verpleging
verdiende nog wat bij
in de oorlog terug
das Mutterland rief
das Lazaret

toen dat afgelopen was kwam dit kind
ik hield ervan om voor hem te zorgen
maar ik moest ook streng zijn
nam hem een keer mee naar de kankerlijder in de Mstraat
der kleine moet ook de dood leren kennen
maar hij kon niet tegen de stank

leegte toen hij weer wegging
hij was hier drie jaar
op zolder
ik stopte hem soms in
een kind
zag hem unterm brausch zichzelf beroeren
ik moet hem leren dat dit ongezond is
een beschermengel voor boven zijn bed als hij angstig was
hij steelt ook geld
corrigeren
we gingen naar de kampen in IJ en B om zijn moeder te bezoeken
die was met de beste uit de familie getrouwd
maar ja de politiek

meine Deutsche familie kwam mij bezoeken
hij was er ook
sprak meine Sprache!
hij studeert

nu sterf ik aan kanker
morfine
hij bezocht mij in het ziekenhuis
een foto van een zwarte
adoptie
we willen allemaal een kind

in de nacht de fantasieën
de ander bezoekt mij snachts
overdag zie ik hem niet
Gott sta mij bij

* * *

Alles staat in de sterren
een fatalist Jacobus 1894
dat heb ik die jongen ook duidelijk proberen te maken
nog te jong
flapoor
agracht 303 drie hoog
kijk uit op de jstraat

de familie laat me links liggen
behalve als ze me nodig hebben
dat kind
herinner dat hij daar bij het raam stond
een kind nog
wie doet iemand dat aan?
de sterren?

fatalistisch cynisme
dat is goed voor deze wereld
wie de grootste...
ze hebben me tenslotte ook mijn bedrijf afgenomen
zij was de oosterbuur
het stond al in de sterren geschreven
al voor de grote kladderadatsj wist ik dat het allemaal zou beginnen
toen zij ook nog in een ziekenhuis moest werken:
ik wist het van te voren
dat gaat mis
net als mijn broer met zijn vrouwtje
die zaten maar mooi in een kamp

was geen lid
ik keek wel uit
hoewel ik het er wel mee eens was
maar toen zij verpleegster werd over de grens
stond het al in de sterren
dat kind
alles

de kegelclub voor de contacten
een zwartloden mantel grijze edenhoed
koopman
het bedrijf
maar er was ook kunst
ik heb me altijd met de kunsten beziggehouden
zelfs in het voetballen was ik de beste
de directeur van de bank stelde mij nog vrij daarvoor
maar ik ging toch weg
ik moest weg
Parijs diamanten smokkelen
de kunsten: schilderen voor de States
wie de grootste plas...

die flapoor ging na drie jaar weer weg
het werd wel stil
we hoorden bijna niets meer van hem

toen zij doodging was ze 75
ik was toen 81
ik ben niet naar haar toegegaan
ik durfde niet
sterven niet om aan te zien
die jongen was toen hier
een hele meneer was hij al
hij is gegaan
toen hij terugkwam was ze dood
hij was bij haar geweest:
een badkamer in het ziekenhuis
die jongen zei: kom ga mee dan kun je haar nog zien
ze was dood als een pier
alles in de sterren

...plas in zijn broek heeft gedaan
die mag met de ijzeren pot rond gaan
halleluja halleluja ere zij zijn...

kijk uit over het oude westen
ze zijn allemaal dood
die jongen zie ik niet meer
het duurt niet lang meer

* * *